1eetlepelrietsuiker of naar smaak (plus ½ eetlepel suiker ter decoratie}
1theelepelkaneel
Instructies
Wacht tot het bladerdeeg ontdooid is. Op een stapel duurt dat 3 uur. Je ontdooit het echter binnen 30 minuten door de plakjes bladerdeeg van elkaar te halen los van elkaar op temperatuur te laten komen. Schil in de tussentijd de appels. Snijd in kleine plakjes. Voeg rozijnen, suiker en kaneel toe. Roer door.
Verwarm de oven voor als je de plakjes deeg ontdooid zijn, je kunt ze dan soepel dichtvouwen. Leg bakpapier op een bakplaat. Pak een plak bladerdeeg. Haal de folie eraf en let erop dat die kant de binnenkant van je appelflap wordt. Dat randje kun je namelijk plakken zonder ei of water. De andere kant is vaak te droog, dat wordt de buitenkant.
Verdeel het appelmengsel ongeveer in tienen. Let erop dat appelflappen driehoekjes zijn. Je gebruikt dus diagonale zijden. Leg een lepeltje van het mengsel op een kant van het bladerdeeg. Vouw de andere zijde over het mengsel en druk de randen dicht. Je kunt de randen eventueel aandrukken met een vork. Je eerste envelopje is klaar. Leg het meteen op het bakpapier. Je hoeft de appelflap dan niet meer te verplaatsen. Bladerdeeg wil in korte tijd erg plakkerig worden. Herhaal de stappen voor de andere negen plakjes. Strooi wat rietsuiker over elke appelflap. Druk even aan.
Plaats de bakplaat in het midden van de oven op 220C. Bak de appelflappen in ongeveer 20-25 minuten bruin en knapperig. Houd de tijd in de gaten, want bladerdeeg kan vanaf 20 minuten erg snel aanbranden. Onder de 20 minuten kan het deeg nog wat kleven. Haal de appelflap uit de oven en laat eerst wat afkoelen voordat je ervan geniet. De vulling is namelijk gloeiend heet.